Presentatie Klaarkamp

Les 1. Verzamel zoveel mogelijk informatie en maak daarvan een samenvatting. Deze samenvatting lever je in bij je werkboek.
Les 2. Verdeel de klas in vier groepen. Elke groep doet een deel van de presentatie. Hier volgt een idee voor de taakverdeling over de groepen. Natuurlijk kun je het zelf ook helemaal anders aanpakken.

Groep 1. Deze groep zorgt voor de PowerPoint, zij geven tussen de stukjes door met behulp van PowerPoint algemene informatie en zijn de verteller. Praten de onderdelen aan elkaar. Deze groep schrijft eerst nauwkeurig uit wat ze gaan vertellen. Bij de echte presentatie doen ze dit uit het hoofd.

Groep 2.

In Veenwouden wonen in 1372 een zekere Siardus Tiabkama en zijn vrouw Witeka. In een oorkonde van 4 juni 1372 staat dat ze een groot stuk veen in St. Johanneswoud  aan God en het klooster Klaarkamp geven. Ter compensatie zullen ze voortaan onderhouden worden door het klooster Klaarkamp. Hun zoon wordt als schooljongen in Klaarkamp opgenomen en hun dochter als koorzuster in het klooster Nazareth. Het echtpaar mag tot hun dood in Dokkum in een huis van het klooster wonen zonder huur te betalen. Verder krijgen ze brood, bier, vlees, bonen, meel, turf en haring van het klooster. Dus verzorgd tot aan en na hun dood. De  oorkonde is geschreven door abt Ludulphus van Klaarkamp en voorzien van het zegel van Klaarkamp.

Speel dat je deze familie bent en aan tafel zit te eten. Jullie hebben een monnik van Klaarkamp uitgenodigd.  Hij vertelt over het klooster en jullie vragen van alles. Bijvoorbeeld over de kloostergelofte. Over werkzaamheden enzovoort. Dan vertellen jullie je plan. De boerderij en het land aan het klooster geven in ruil voor...  De monnik besluit dat hij de boodschap aan de abt van het klooster Klaarkamp door zal geven.

Groep 3. Jullie spelen de scene dat je bij de abt in het klooster komt. De voorwaarden worden duidelijk besproken. Het papier wordt opgemaakt. De abt plaatst z'n zegel. Op de afspraak wordt gedronken.

Groep 4. Jullie spelen dat de zoon aanklopt bij het klooster. Hij krijgt z'n nieuwe kleding en een nieuwe naam. Aan de hand van de plattegrond leidt je de jongen rond in het klooster en vertel je hem bijvoorbeeld waar hij slaapt. Hoe laat jullie opstaan / hoe vaak naar de kerk gaan / enzovoort.

A - Elke groep gaat eerst brainstormen om ideeŽn te verzamelen.

B. Elke leerling schrijft zelf de presentatie (groep 1) of een toneelstukje aan de hand van de verzamelde ideeŽn. Dit papier lever je in bij je werkboek.

C. Zoek kleding uit die tijd /  een paar spelletjes / of speel / zing een liedje uit die tijd /  zorg in de PowerPoint voor een stukje video over het onderwerp / doe een maaltijd uit die tijd na / hoe leefden kinderen in die tijd /  enzovoort.

Les 3. Lees elkaars geschreven (toneel)stukjes, verzamel goede stukjes en ideeŽn en maak daarna jullie gezamenlijk toneelstukje. Schrijf een rolverdeling of taakverdeling en bespreek wat voor kleding en materiaal je nodig hebt en wie daar voor zorgt.
Les 4. Oefen het toneelstukje met je groep. Als er tijd over is dan speelt elke groep even het stukje voor de eigen klas.
Les 5. De generale: Speel het geheel een paar keer en zorg ervoor dat het lekker vlot loopt en iedereen precies weet wanneer hij/zij wat moet doen of zeggen.