3. Het dagelijks leven in de oorlog

Wat merken de mensen van de oorlog? Aan de hand van wat fotokopieën uit het gemeentearchief van Dantumadeel en een paar foto's  wil ik proberen om daar een antwoord op te geven. 

Via aanplakbiljetten wordt duidelijk gemaakt wat wel en wat niet mag. Nu lijkt mij een verbod op wapens vrij redelijk. Maar de Duitse bemoeienis ging nog veel verder. 

Duiven bijvoorbeeld zijn verboden. Hier lees je een berichtje van de burgemeester van Dantumadeel over het verbod van het houden van postduiven. Het bericht is van 7 augustus 1942. De Duitsers zijn bang dat postduiven gebruikt worden om informatie door te geven en daarom is er van eind 1941 af een verbod op het houden van postduiven. Lees hieronder wat er met de duiven gebeurt. 

In het archief liggen de lijsten van de ingeleverde ringen van de duiven en de namen van de duivenhouders die met hun hobby moesten stoppen.

Het bonnenstelsel wordt voor de oorlog al ingesteld. De distributie wordt per gemeente geregeld. Elke gemeente heeft zijn eigen distributiekantoor. Deze dienst zorgt er voor, dat ook kleine dorpen van bonkaarten worden voorzien. Op vaste tijden komen mensen van deze dienst in het dorp om kaarten af te geven op vertoon van de distributiestamkaart. Elke inwoner krijgt zijn distributiestamkaart. Deze stamkaart van mijn tante staat op naam en is persoonlijk eigendom.

 

Met deze stamkaart moet je naar het distributiekantoor gaan en daar krijg je bonkaarten, waarop weer bonnen voor allerlei producten staan die op de bon zijn. Voor de oorlog zijn maar enkele artikelen op de bon, zoals suiker en erwten. Tijdens de bezetting komen daar al gauw veel producten bij. Het wordt steeds moeilijker om aan allerlei artikelen en levensmiddelen te komen zonder bonkaarten.

 

Koop je melk dan wordt de melkbon van de kaart afgeknipt. De winkeliers moeten de bonnen die ze krijgen op een vel papier plakken. Ook hij krijgt alleen producten waar hij bonnen voor inlevert. Je snapt dat er een levendige handel in zulke bonnen ontstaat. Als je zelf niet snoept dan kun je jouw bon ruilen tegen tabaksbonnen. Voor zulke bonnen worden hoge bedragen betaald. Sommige mensen weten met deze zwarte handel enorme bedragen te verdienen. De Duitsers zijn fel tegen deze handel in bonnen. Als je gepakt wordt levert dat celstraf op. 

Ook rookartikelen worden schaars. Veel mensen kweken dan hun eigen tabaksplanten. Ze noemen dit éigen teelt’. De bladeren van die plant worden gedroogd en als surrogaattabak gerookt. Op een boerderij waar ik vroeger altijd speelde vinden we op een middag zulke tabak op een zolder. Wij roken er stiekem van. Het stinkt verschrikkelijk en we worden kotsmisselijk.

Wie in de oorlog 'eigen teelt’ rookt,  herken je aan de stinkende geur. Vloeitjes zijn ook schaars, maar daarop biedt het psalmboek een oplossing. Dit is het dunste papier wat er te krijgen is. Je ziet wel de muzieknoten aan de buitenkant van een gerolde sigaret. Maar een verslaafde roker heeft dat er wel voor over. Ook voor koffie en thee zijn er surrogaatproducten te krijgen.

Geleidelijk aan is er bijna niets nieuws meer te krijgen. Je kunt wel bonnen voor schoenen hebben maar dat wil niet zeggen dat de schoenmaker ook schoenen voor jou heeft liggen. Iedereen maakt dus van oud weer nieuw. Ruilen kan natuurlijk ook. In de krant staan dan advertenties zoals: Wie wil een trouwjapon ruilen tegen een werkbroek. Niets wordt weggegooid. Er wordt ook clandestien geslacht. Ook hierop staat een straf. 

Eigenlijk is er zo langzamerhand niet veel dat niet strafbaar is. De meeste mensen trekken zich daar steeds minder van aan en proberen zo goed mogelijk door de tijd te komen. 

Zeep is er nauwelijks, wel is er een surrogaatzeep, de zogenaamde kleizeep. In het dagboek van mijn schoonmoeder staat dat ze nog maar één keer per twee weken de was doet omdat er te weinig zeep is. Door het gebrek aan zeep vervuilen de mensen. De kinderen hebben vaak last van luizen.  Mijn moeder heeft vele jaren na de oorlog een grote doos met blokjes zeep op zolder staan. Toen ik vroeg waarom daar een doos met blokjes zeep staat, antwoordde ze: "Voor het geval het nog een keer oorlog wordt, dan hebben we in ieder geval zeep'.

Brandstof is niet meer te krijgen. In de laatste winter gaat de stroom eraf en in Leeuwarden waar ze stadsgas hebben stopt de levering van gas. In de Wouden is gelukkig nog voldoende hout te vinden om het eten klaar te maken. In Holland heerst tijdens de laatste winter de hongerwinter. Op de foto zie je een gezin in Amsterdam waar ze bieten koken.

Hier is wel voldoende te eten, maar door vitaminegebrek en geen zeep, krijgen veel mensen een huiduitslag die ze ‘schurft’noemen. Veel mensen gaan in die tijd zelf broodbakken. Ze halen tarwe bij de boeren en malen dat in de koffiemolen tot meel. Het lukt alleen goed als de tarwe wel goed droog is.

Ook in Duitsland ontstaat een groot tekort aan grondstoffen. Daarom worden de klokken uit de torens gehaald en afgevoerd naar Duitsland. Veel klokken zijn overigens na de oorlog weer teruggekomen. Ook fietsen en bijvoorbeeld koper moeten ingeleverd worden. Wie nog wel een fiets heeft, die kan moeilijk aan nieuwe banden komen. Daarom doen sommige mensen houten banden om hun fiets. Als zo’n fiets door een steeg rijdt is het een lawaai  van jewelste. Zulke fietsen hoeven de Duitsers meestal niet.

Als er geen stroom meer is proberen de mensen op allerlei manieren toch nog wat licht in huis te krijgen. Knijpkatten, carbid-lampen en kaarsen worden gebruikt. Sommigen gebruiken windmolens of een fiets in de kamer, waarbij je door te fietsen een dynamo aandrijft en vervolgens wordt de stroom in een accu opgeslagen.

Het is ’s avonds donker en stil. De radio is ingeleverd, de spertijd gaat soms al vroeg in en buiten is niets te horen. Veel mensen worden angstig en neerslachtig. Er is bijna geen nieuws en dus ook niet veel om over te praten. De gesprekken stoppen als er wel iets buiten te horen is. Hoor je een automotor dan zijn er  twee mogelijkheden. Loopt de auto op gas dan is er niets aan de hand, de Duitsers rijden niet met een gasgenerator. Loopt de auto op benzine dan kan dat een razzia betekenen. Zoeken ze iemand? Zo wachten de mensen af. Wachten op de bevrijding. 

Op zaterdag 14  's avonds om kwart over zeven is het zover. De Canadezen rijden door Damwoude. Uitzinnig van vreugde wordt er feest gevierd. Het begin van het grootste feest van de twintigste eeuw. Een feest voor jong en oud.

Op 12 september wordt er in Leeuwarden nog een keer een groot bevrijdingsfeest georganiseerd.  Ze kunnen er maar niet genoeg van krijgen.

De onderduikers zijn weer gewone vrije mensen. De evacués zijn naar huis en ook de postduiven in Dantumadeel kunnen weer in vrijheid hun vleugels uitslaan. 

Dirk Corporaal, 7 februari 2005

 

We hebben 44 gasten en geen leden online

openluchtmuseum.jpg
friesmuseum.jpg