Presentatie spitketen

Les 1. Let op : hier wordt nog aan gewerkt. Verzamel zoveel mogelijk informatie en maak daarvan een samenvatting. Deze samenvatting lever je in bij je werkboek.
Les 2. Verdeel de klas in vier groepen. Elke groep doet een deel van de presentatie. Hier volgt een idee voor de taakverdeling over de groepen. Natuurlijk kun je het zelf ook helemaal anders aanpakken.

Groep 1. Deze groep zorgt voor de PowerPoint, zij geven tussen de stukjes door met behulp van PowerPoint algemene informatie en zijn de verteller. Praten de onderdelen aan elkaar. Deze groep schrijft eerst nauwkeurig uit wat ze gaan vertellen. Bij de echte presentatie doen ze dit uit het hoofd.

Groep 2. Schrijf bijvoorbeeld een toneelstukje waarbij een paar mensen aan tafel zitten en iemand leest stukjes voor uit het Nieuwsblad van het noorden. Zie de link rechts boven. De anderen reageren daarop.

Groep 3. Speel de scene waarin Jelle Dam met de burgemeester spreekt over de armoede op de heide (blz. 38)

Groep 4. Houd met z,n tweeŽn een interview met Jelle Dam en zijn vrouw.

A - Elke groep gaat eerst brainstormen om ideeŽn te verzamelen.

B. Elke leerling schrijft zelf de presentatie (groep 1) of een toneelstukje aan de hand van de verzamelde ideeŽn. Dit papier lever je in bij je werkboek.

C. Zoek kleding uit die tijd /  een paar spelletjes / of speel / zing een liedje uit die tijd /  zorg in de PowerPoint voor een stukje video over het onderwerp / doe een maaltijd uit die tijd na / hoe leefden kinderen in die tijd / boeken zoals Ot en Sien en het leesplankje / enzovoort.

Les 3. Lees elkaars geschreven toneelstukjes, verzamel goede stukjes en ideeŽn en maak daarna jullie gezamenlijk toneelstukje. Schrijf een rolverdeling of taakverdeling en bespreek wat voor kleding en materiaal je nodig hebt en wie daar voor zorgt.
Les 4. Oefen het toneelstukje met je groep. Als er tijd over is dan speelt elke groep even het stukje voor de eigen klas.
Les 5. De generale: Speel het geheel een paar keer en zorg ervoor dat het lekker vlot loopt en iedereen precies weet wanneer hij/zij wat moet doen of zeggen.