00 Terug naar de bron

'Oké', zegt Hiltsje, 'we gaan veertien dagen met het clubkamp, maar daarna gaan we naar Oostenrijk-Italië om vakantie te houden'. Met deze woorden ligt de deal voor zomer 2000 vast. Heerlijk veertien dagen zweefvliegen op de Lüneburgerheide en daarna … och dat zien we dan wel. Ligt Aosta ook niet in Italië?

Zomer 2000

Helaas, het clubkamp is thermisch niet om himmelhoch jauchzend van te worden en - je raadt het al - de week in Oostenrijk en Italië is het supermooi weer. Ik schat de wolkenbasis op 4000m. Daar zou ik toch m'n 3000m hoogtewinst hebben kunnen halen als ik hier…..? Enfin, wij beklimmen een berg. Het zicht is glashelder. Boven op de berg zit een groep modelvliegers. De beweeglijke zweefvliegtuigen spelen met de hellingstijgwind. Het is een boeiend gezicht.

Zweefvliegersgroet

Ineens ontstaat er onder de modelvliegers behoorlijk wat opwinding. Ik volg hun enthousiast wijzende vingers en zie een tweezitter aankomen. De vliegers in de ASH-25 brengen een groet aan de modelvliegers door een paar keer op slechts enige meters hoogte over de bergtop te vliegen -. Ik pak m'n fototoestel en - met de fotowedstrijd van de Thermiek in m'n achterhoofd - druk ik een paar keer af.  

Het valt niet mee om het snelle vliegtuig goed in beeld te krijgen.   De modelvliegers applaudisseren na elk zoemertje. De vliegers wuiven en dan verdwijnt deze ranke topzwever naar de overkant van het dal.

Terug naar de bron

Op de terugtocht naar de camping passeren we een bord met de tekst: 'Wie met de stroom mee drijft, komt nooit bij de bron.' Een filosofische tekst die je op veel terreinen kunt toepassen. In de Aero Kurier lees ik over de ETA de nieuwste en grootste tweezitter met een spanwijdte van 31m, nog groter, nog beter dan de ASH25. Onder elke vleugel past een ASW20. Dat is nu de ontwikkeling van één eeuw zweefvliegen. Ik zou toch graag weer eens bij de bron willen kijken. Op de terugreis overnachten we op een camping bij de Wasserkuppe. Slechts anderhalf uur lopen van de Berg der Segelflieger. Heilige grond voor elke zweefvlieger.

Wasserkuppe

Het parkeerterrein staat vol en toeristen kunnen al wandelend over de berg kiezen uit een gevarieerd luchtvaartmenu. We kijken eerst bij het starten en landen van de zweefvliegtuigen. 'Sjoch heit, ek in Super Dimona motorzwever, mar dizze mei slepe', zegt Roelof, m'n zoontje van elf. Het starten gaat er - ongeacht de windrichting - helling af en het landen altijd helling op. Zo kun je de kisten en de bezoekers elke keer op dezelfde plaats neerzetten. Het valt me op hoe stil de Dimona sleept. Het is een mooi gezicht en volgens mij in de toekomst ook wel iets voor de Friese Aero Club. 

Modelzweefvliegers

Op de andere kant van de berg zitten de modelzweefvliegers. Er staan een heel stel met hun bakje voor de buik en hun sprietje naar voren alsof ze op een rijtje staan te hengelen. Ik kan een glimlach niet onderdrukken en wil er een foto van maken. Maar Hiltsje zegt: 'Toe je, soest do it leuk fine as se it sweeffleanen belachelijk meitsje?'

Schermvliegen

Een paar honderd meter verder zijn schermvliegers bezig. Ze staan met hun bolgeblazen matras te wachten tot er voldoende hellingstijgwind is. Het valt niet mee om al die touwen uit de knoop te houden. Zodra de stijgwind iets toeneemt, scheren ze enige minuten langs de helling van de berg. Dit is de manier van vliegen met de eenvoudigste middelen. De kleurige chutes maken achtjes langs de helling. Soms bereiken ze een behoorlijke hoogte, maar vaak landen ze een stuk lager op de berghelling en moeten ze weer omhoog lopen. Ook dit is een sport van doorzetters. We moeten verder maar ik zou er nog wel uren naar kunnen kijken. 

Fliegerdenkmal

Een halve kilometer verder staat het Fliegerdenkmal. Het is een monument uit de twintiger jaren en dat kun je ook duidelijk zien. Ik ken natuurlijk historische namen als Otto Liliental, en Wolf Hirth waarop het monument van toepassing is, maar sinds mijn vorige bezoek kan ik er de namen van Leen Smit en Johannes Hoekstra aan toevoegen. Zweefvliegers die ik nu op de vergaderingen mis.

Das Segelflugmuseum

Hoogtepunt van een dagje Wasserkuppe is toch echt wel de enorme lichte koepel met tientallen historische zweefvliegtuigen. Als wij naar binnen gaan zijn er maar een paar bezoekers. De honderden toeristen bevinden zich op de terrasjes, bij de kraampjes met souvenirs, de kiosk met Wurst en vooral bij de rodelbaan. Eigenlijk zou je al die kraampjes omver moeten gooien, maar dat verhaal zullen ze - net als in de bijbel - wel niet begrijpen.

Liefde voor oude zweefvliegtuigen is ook meer iets wat groeien moet. Bijvoorbeeld door te zien hoe Ben Schenk met z'n Grunau Baby om gaat, daar een boek over schrijft en zelfs een bedevaart naar Grunau maakt. 

De vorige keer dat ik hier was, heb ik een heel gesprek gehad met de man van de kaartjes. Hij had ook op Terlet gevlogen. Degene die nu de kaartjes verkoopt, kijkt nauwelijks op van zijn boek. Hij heeft duidelijk geen behoefte aan een gesprek. Aangezien er geen gids is besluit ik Roelof maar een rondleiding te geven.

'De Wasserkuppe is het grootste zweefvliegmuseum ter wereld', zo leg ik uit. 'Op deze berg is het zweefvliegen eigenlijk pas echt begonnen. Na de eerste wereldoorlog mocht Duitsland geen motorvliegtuigen meer bezitten. Een aantal motorvliegers voegt zich dan bij de zweefvliegpioniers die hier al actief waren en het zweefvliegen maakt een enorme ontwikkeling door. Ik wijs hem de vliegtuigen aan waarmee de eerste thermiekvluchten gemaakt werden. In de binnencirkel staan de allereerste zweefvliegtuigen van zo'n honderd jaar geleden tot en met de kunststof zweefvliegtuigen van tegenwoordig. De oude typen zweefvliegtuigen zijn erg licht, hoekig met veel onderdelen die uitsteken. Ze thermieken prima - kunnen erg langzaam vliegen - maar zijn niet erg geschikt voor overlandvliegen. Een vlucht van een half uur of een overlandvlucht van 10 kilometer was toen goed genoeg voor een prijs in de Röhnwedstrijden die hier gehouden werden. Anthonie Fokker wint hier in 1922 een vlucht in een tweezitter met een nieuw wereldrecord: Vluchtduur dertien minuten!

Op de wand, aan de buitenkant van deze hal, staat de hele ontwikkeling van het zweefvliegen beschreven. We lopen eerst naar Otto Liliental z'n zweefvliegtuig en gaan dan zo de hele hal rond'.

Roelof onderbreekt mijn verhaal: 'Heit, hjir moat ek in rodelbaan wêze. Dat stie bûten op in boerd'. 'Ja dêr komme we noch.'

Anderhalf uur weet ik de fel concurrerende rodelbaan naar de achtergrond te verdrijven. Soms uit Roelof enthousiaste kreten: 'Sjoch ek sa'n Doppelrap at Marijke Waalkens hat en der stiet in Gö-4'. Maar zo nu en dan herhaalt hij: 'Gean we no hast nei de rodelbaan?'

Video

'Dêr is in videoscherm, heit. Kin dy ek oan?' Ik loop naar de man bij de kassa. Deze kijkt op, drukt op een knop en antwoordt al voor ik mijn vraag stel: 'Lauft schon.' Ik verwacht een film over de begintijd van de Wasserkuppe, maar het is een film over het vliegen van insecten en vogels. Heel knap wordt uitgelegd dat elk dier voor elk doel speciale vleugels heeft. Bovendien zie je op de film hoe vogels de stand van die vleugels volledig kunnen veranderen. Bij elke snelheid past een vorm en juiste stand van de vleugel. Flaps, rolroeren en winglets zijn slechts menselijke hulpmiddelen om dit enigszins na te bootsen.

Evolutie

Het museum boeit enorm. Je kunt er met eigen ogen de geleidelijke ontwikkeling naar het huidige zweefvliegmodel zien. Alle delen die uitsteken en niet perse nodig zijn verdwijnen en de aërodynamische vorm van tegenwoordig komt naar voren. 

Ook in de cockpit zie je een hele ontwikkeling. Je leest er over de invoering van de variometer in 1928. Dit hielden ze eerst geheim om de Röhnwedstrijd te winnen , maar later kwam hij in elk zweefvliegtuig. Je ziet dat er steeds meer instrumenten bijkomen. Wie tegenwoordig geen GPS heeft, maakt bij een wedstrijd geen kans meer.

Binnenkort zal een GPS een standaardinstrument zijn. Hoe ziet het instrumentenbord er over een paar jaar uit? Nog voller? Of gooien we straks alle mechanische instrumenten eruit en krijgen we dan één groot LCD-scherm met alle benodigde info en moving map?

Bevlogen vliegers

De ontmoeting met Wolf Hirth heeft op mij de grootste indruk gemaakt. Wat een gedreven man is dat geweest. Zijn hele leven staat volledig in het teken van zweefvliegen. Hij vliegt op topniveau, ontwerpt vliegtuigen, organiseert, sleutelt en schrijft. Er ligt een vitrine vol met allemaal door hem geschreven boeken. Niet alleen gewone lesboeken, maar ook kinderboeken. Hij schreef over zweefvliegen, maakte er films over en er liggen zelfs lp's van hem over zweefvliegen.

Hier bij de bron beleef je de geschiedenis van het zweefvliegen in al z'n facetten en je ontmoet de mensen die daar bij horen. Je ziet hun gedrevenheid, de stralende gezichten maar ook de mislukkingen. In 1959 verongelukt Wolf Hirth bij een zweefvliegongeluk. 

Ik ben nog lang niet uitgekeken als de rodelbaan bij Roelof weer komt bovendrijven. 'Aanst is de rodelbaan ticht', roept hij.

Het kost moeite om van dit mooie museum los te komen. Om na te genieten koop ik het boek: Die Evolution der Segelflugzeuge van Günter Brinkmann en Hans Zacher. De omslag van het boek ziet er veelbelovend uit en ik verheug me al op de komende avond. Maar eerst nog even naar de rodelbaan. Lekker met de stroom mee naar beneden.

(Dirk Corporaal 19-10-00)

 

We hebben 69 gasten en geen leden online

janum300dpi.jpg
achterweg.jpg