74 EEN ZONDAG in '74

 

 

Een rijtje huizen, een trieste druilerige decemberregen, hier en daar een kale boom, een café, een kruidenierswinkel wat bejaardenwoningen en verder niets. Niet wat we zoeken. Niets wat ook maar enigszins op een school lijkt. Nog maar een keer door het dorp. Het is zondag, maar nergens is een kerk te bekennen. Nergens een parkeerterrein vol auto's als alibi voor dit uitgestorven dorp. De koffie is klaar staat uitnodigend op een groot bord bij het café, maar alles is gesloten.

 

Op het parkeerterrein bij het café lopen een stel jongens. Blauwe overalls en stokken in de hand. We rijden er heen en ik doe het raampje open om te vragen waar de school staat. Het dorp uit rijden en dan na een kilometer aan de linker kant leggen de jongens uit.

"Ben jou soms meester", vraagt één van de kinderen. Ik knik - voel me ontmaskerd - geef teveel gas en vlieg de aangegeven richting uit.  

We kijken elkaar aan - meester en juffer in het stilste dorp van Nederland - wat moet dit worden? Dit is een andere wereld. Enfin, het onwennige gevoel zal wel over gaan.  

Op de kruising een kilometer buiten het dorp staat een gebouw. Links ervan staan 2 huizen en rechts één. Van de zijkant gezien kun je aan de vorm van de raamkozijnen iets van 2 lokalen zien. Dit moet de school zijn. Wie heeft het in z'n hoofd gehaald om juist hier een kilometer buiten het dorp een school neer te zetten. We rijden er langzaam langs. Bij het huis ernaast loopt iemand in de tuin. Het hoofd van de school? Na een paar honderd meter keren we de auto. We ontdekken nu ook een soort schoolplein. De man in de tuin is verdwenen. Bellen we aan...? Het begint weer te regenen. Kale zwarte bouwlanden en lege geelgroene weilanden. We rijden door en komen weer op de provinciale weg naar Leeuwarden. Het is geen liefde op het eerste gezicht. 

 

Vertrouwd komen de flats aan het begin van de stad te voorschijn. Eén flat daar kan het hele dorp in. In de eigen portiek komt de geur van etenslucht en kattepis ons als welkom tegemoet. Dit is onze wereld.

 

Voor het raam van de flat kijk ik naar de flat tegenover ons. Het begint schemerig te worden. De eerste lampen gaan aan. De lucht wordt straks oranje. Onder ons krijst de kleine van de onderburen. En de moeder schreeuwt weer duidelijk verstaanbaar:

" Wolst mem gek ha, wolst mem gek ha"?

De linker buren hebben de radio weer luid aan. De geheime zendermuziek boort zich door het beton tot in onze kamer. Een ziekenauto vliegt over het kruispunt. Het stadsleven is zo bekend, zo vertrouwd en ik vraag me af of we aan deze ommezwaai wel moeten beginnen....

Morgen is het maandag en luidt het klokje van de begraafplaats om kwart over één, kwart over twee en misschien wel weer na 3 uur.

De stad bereidt zich voor op een nieuwe uitgaansavond. De overbuurvrouw loopt weer eens in ondergoed door de kamer. Ik ken haar ondergoed, maar heb haar stem nog nooit gehoord. Hiltsje doet het licht in onze kamer aan. Vanuit vierentwintig ramen kunnen ze me nu zien staan. Ik schaam me en sluit de gordijnen.                           (1974)

 

 

 

We hebben 69 gasten en geen leden online

hogebeintum.jpg
tolhuis.jpg